Lezing Joost Schrijnen

Gepubliceerd op: 15-05-2018

De lezing van 19 april door Joost Schrijnen is inmiddels al achter de rug. Zijn inspirerende woorden kunt u hieronder nalezen of het hier downloaden.

 

Ruimte voor (klimaat)verandering? – Joost Schrijnen

Het moet toch een heerlijk vooruitzicht zijn als het ons lukt om in de komende jaren als natie geheel autarkisch te worden, als een drang om onafhankelijk te zijn en onze eigen hernieuwbare energievoorziening te gaan regelen, en tegelijk de Groningers van de negatieve gevolgen van het winnen van aardgas af te helpen.

Daar is veel voor nodig, en daar gaan we het vandaag over hebben, en ik plaats dat wel in een brede context van noodzakelijke veranderingen.

Dank voor de uitnodiging om de zesde Thijs Kramer lezing te mogen houden. Ik voel mij zeer vereerd, en hoop dat ik de verwachtingen kan waarmaken die U op mijn schouders legt. Ik heb diverse eerdere lezingen zelf mogen bijwonen en zal zeker ook elementen daarvan vandaag meenemen in mijn beschouwingen. Ik werkte in de afgelopen jaren in de Zuidwestelijke Delta zowel aan de Nederlandse als de Vlaamse kant. Dus eigenlijk in de Vlaams Nederlandse Delta. En zo mocht ik regelmatig ik de voetsporen van Thijs Kramer treden, soms om zijn werk af te maken, soms om zijn werk voort te zetten of om nieuwe opgaven te entameren, zijn gedachtengoed met me mee dragend. En daarover gaan we het natuurlijk ook hebben vandaag. Nu ben ik een ruimtelijk ordenaar, een stedenbouwkundige, die in het water is geraakt en de verhouding tussen governance, het besturingsvraagstuk, en de ruimtelijke inrichting snapt en daar graag betekenis aan geeft. Ik ben geen klimaatdeskundige of energie transitie specialist, maar ga een poging doen de ruimtelijke opgave met onder andere de grote klimaat opgaven te verbinden, of de nieuwe opgaven met RUIMTE.

Waarom de titel: “Ruimte voor (klimaat) verandering”?

Klimaatadaptatie en mitigatie, aanpassingen aan de gevolgen van de klimaatverandering of beperken van de klimaatverandering, kosten ruimte. Daar zijn recent grote studies naar gedaan, en daar ga ik U zeker een en ander over vertellen. De gevolgen van de gewenste transitie van een fossiele samenleving naar een samenleving met hernieuwbare energie laten zich in onze portemonnee, in onze bedrijven en ondernemingen en ons gedrag voelen, en we zullen het ook sterk gaan zien in onze ruimtelijke omgeving. En de vraag is ook of we er mentaal ruimte voor willen maken. Bestuurlijk tot enkele jaren geleden nog niet, als ik tenminste het college akkoord van GS Zeeland uit 2015 lees, inmiddels ligt dat anders. Dagblad Trouw maakte een analyse van recente verkiezingsprogramma’s van politieke partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen: veel hoogwaardige doelen om energieneutraal te worden, maar liever geen windmolens in onze achtertuin, of aan de kust. Kortom, er is nog wel wat nodig om de Groningse gaskraan dicht te draaien, laat staan om van de uitstoot van onze veestapel af te komen.

Ik ga straks op drie zaken die in de Delta spelen concreet in: De havens, de deltawateren en de energietransitie zelf.

Ruimte

In de ruimte krijgen veel van onze waardestelsels een fysieke gestalte, en daarmee wordt identiteit gecreëerd. En dat wordt ook nog versterkt door de historische gelaagdheid van ruimte. Je ziet altijd allerlei lagen van de geschiedenis in de ruimte terug. Met de fysieke werkelijkheid en de veranderingen daarin, haar transities, zijn wij allemaal op een of andere wijze betrokken. En niet iedereen wordt daar blij van. In onze rijke, gefragmenteerde en geïndividualiseerde samenleving is conservatisme of behoudzucht dan een begrijpelijk fenomeen. En de vraag is of dat dan helpt, of beschermen, verdedigen helpt en of we niet eerder zouden moeten ontwikkelen en vooruit kijken.  Daar zitten risico’s aan, maar niets doen of alles over je laten komen is zeker geen optie.

Boekenkast

Er is een schier oneindige bibliotheek over onze Delta. Heel veel van de boeken en rapporten over de Delta staan in mijn boekenkasten in Rotterdam of in Cadzand-Bad, tussen welke twee plekken ik mijn tijd verdeel. Er zijn heel bijzondere bij zoals de Landschapsatlas van Walcheren, of de recent verscheen Landschapsatlas van de Oosterschelde, beide door Kees Bos en Jan Willem Bosch, of de eindeloze reeks boeken over de Ramp, of over de Deltawerken zelf zoals van Marinke Steenhuis over de Deltawerken als architectuur- en cultuurhistorisch fenomeen. Of de romans zoals “Dit is mijn hof”, en het kleine vervolg daarop over Waterdunen onder de titel “Het vierde gewas”, vorig jaar als geschenk in de week van het Zeeuwse boek. Deze romans hebben soms de vorm van feiten verslag, soms elementen van persoonlijke frustratie, en zijn soms een prachtige beschrijving van de streek eigen karakteristiek. En dat is door elkaar gaan lopen. Wat overigens wel heel mooie literatuur oplevert. Of de hilarische film: “Weg van Jou” met treffende waardeoordelen van buitenstaanders en vervolgens de ongekende schoonheid van de Delta, waar je verliefd op en in kan worden. Verliefd op de Delta zoals op deze prachtige foto van Loes de Jong die mij brengt bij een van de allermooiste boeken over aspecten van de Delta die ik ken van Pauline van Lynden: “Donkere Palissaden”. Zij heeft gedurende vele vele jaren prachtige foto’s gemaakt van de donkere palissaden zoals zij ze noemt. Schoonheid alom.

Delta

Is het de Delta van Rijn, Maas en Schelde, en zijn dat eigenlijk de Lage Landen tezamen van IJssel en IJsselmeer tot aan Zeebrugge? Is het alleen de Delta zelf van Rotterdam tot en met Antwerpen? Het is in elk geval meer dan Zeeland, al beseffen veel inwoners van Nederland dat niet. De Deltawerken, of de Ramp van 1953, dat was toch Zeeland? Enfin U weet beter.

Over grenzen heen

Maar dat is ook direct een vraagstuk van identiteit en van begripsvorming over grenzen heen, en dat maakt besturen lastig. Over de grenzen heen van water en land, van gemeenten, provincies, Rijk en ook van Staat der Nederlanden. Wat het complex maakt is dat de territoriale gerichtheid van ons bestuurlijk bestel niet uitnodigend is om over grenzen heen te denken, dat de fysieke constructie van de Delta met haar eilanden ook niet altijd helpt, dat de versnippering van beheerinstanties van de natuur- en landschapsgebieden evenmin helpt, dat de vertegenwoordigende democratie en haar zogenaamde legitimatie vooral lijkt te gaan over belangenbehartiging in plaats van over ontwikkeling. Er is heel veel lokaal werk te doen, maar alle grote opgaven overschrijden de lokale werkelijkheid, terwijl die er natuurlijk wel een relatie mee aan moet gaan. En dat vraagt om een meebewegende houding van alle partijen. Voorbij sectoraliteit.

Dynamiek en verandering

Aan de Delta werken kost dus extra moeite, extra energie, omdat je altijd grensoverschrijdend moet denken en werken. En het gaat voortdurend over dynamiek en verandering. We weten wel dat alles voortdurend verandert, weliswaar op verschillende tijdschalen in verschillende heftigheid ook door onachtzaamheid, zoals we weten van waterstaatsingenieur Van Veen, die al ver voor 1953 waarschuwde dat het niet goed zou gaan.  En soms gebeurt dat ook nog moedwillig, het bombardement op Middelburg in 1940 en de inundatie van Walcheren in ’44. door ruilverkaveling voor en na de overstromingen. Welk landschap moeten we waarderen?  Of kijk naar Goeree Overflakkee. Het eiland van nu met daarin goed zichtbaar de oude eilanden en aan de oude oevers daarvan de havenplaatsen die later hun relatie met de zee verloren hebben. En suggesties voor Energy Island Goeree Overflakkee. Ik kom daar later nog op terug.

Niet wachten op de ramp

Zo komen we dicht bij de naamgever van deze tweejaarlijkse lezingen reeks: Thijs Kramer. Ik heb Thijs (die is verongelukt in augustus 2006) niet persoonlijk gekend. Ik werd in 2008 programmadirecteur voor de operationalisering van “de Kracht van de Delta”, een document waar Kramer mede verantwoordelijk voor was (in opdracht van de Deltaraad, jammer dat dat woord niet meer bestaat) en vervolgens werd ik programmadirecteur Zuidwestelijke Delta en uiteindelijk deel van het Nationaal Deltaprogramma o.l.v. Wim Kuijken, de Deltacommissaris. Dat programma werd gestart na de film van Al Gore, “The inconvenient truth”, en de daarop ingestelde commissie onder leiding van Cees Veerman die een nieuw Deltaprogramma voorstelde. De kern van de uitkomst was: laten we niet wachten op de ramp, maar maatregelen nemen om die te voorkomen. Dat is echt uniek in de wereld. Er speelden en spelen hier in de Delta een aantal heel grote vraagstukken, zoals verzilting, de relatie met Vlaanderen en Antwerpen, de vraag naar natuurlijkheid van de Delta, en dieper, de gevolgen van de Deltawerken waar we van grote delen van het estuarium aquaria hebben gemaakt.

Over de grenzen

Wat trof ik aan? Een werkwijze om over grenzen heen te verbinden en verbanden te leggen en eigenaarschap te creëren, ook door er zelf in te gaan staan. Daar zijn mede dankzij Kramer grote dingen uit voort gekomen zoals: het natuurontwikkelingsplan Tureluur, al uit 1991, of Kust in Kleuren over West-Zeeuws-Vlaanderen uit 1998, een uniek samenwerkingsverband tussen natuurbeweging en recreatie, beide op dat moment op het einde van hun latijn daar. En vervolgens natuurlijk de uitwerking van de agenda van de Vlaams – Nederlandse Schelde Commissie voor de Schelderivier en de Westerschelde. Aan de Vlaamse kant is in het Sigmaplan de rivier overstroombaar gemaakt in verband met mogelijk tegelijk optredende vloeddruk en regenafvoer, en na aanvankelijke scepsis is de negatieve mening over ontpoldering daar ook omgeslagen bijvoorbeeld voor het overstromingsgebied Kruibeke. En dat is nu ook aan de orde met betrekking tot het Grenspark Groot Saeftinghe, met de “Streekholders” als dragers voor het weer opnieuw verbinden van de streek met het omstreden project.

Sectorale projecten of strategisch evenwicht?

Moet alles opzijgaan voor sectorale projectontwikkeling, of gaan we op zoek naar een strategisch evenwicht in belangen? Sectorale projecten leveren weerstand op als ze niet verbonden worden met andere waarden. Verbind het grote met het kleine. Alle partijen aan tafel. Dat is waar het in al die gevallen om gaat, en ook over hoe het er dan vervolgens uit ziet en of je je er daardoor uiteindelijk positief mee kunt verbinden. Ik leg dat graag even uit.

Trots en identiteit

Als we over de dammenroute rijden via Oosterscheldekering, Brouwersdam en Haringvlietbrug dan zijn we ons bewust van de zee en de delta, en we genieten van het landschap en zijn ons ook bewust van wat we gemaakt hebben. Daaraan ontlenen we trots en identiteit.

Als ik nu over de Zeelandbrug rijd, kan ik niet naar de Oosterschelde kijken, misschien is dat ook niet de bedoeling, want er staan stootranden langs de weg. Of als ik door de tunnel naar en van Zeeuws- Vlaanderen rijd, dan mis ik de Westerschelde als onderdeel van onze collectieve waarneming. Gelukkig heb ik dat dan nog wel als ik het veer Vlissingen- Breskens neem, met elke keer de enorme ervaring van het grote water. Datzelfde geldt voor de Oesterdam, waar windenergie, scheepvaart, natuurlijke oevers en recreatie met elkaar de wereld bepalen. Ik word daar telkens blij van en rijd met plezier deze route. Het is belangrijk de grote ruimte te ervaren als onderdeel van je dagelijkse gang. Zoals bijvoorbeeld in de nieuwe publieke ruimte in Cadzand-bad, heel mooi ontworpen door Martin Knuit van Okra landscapsarchitecten of al ouder de Panoramaweg bij Breskens, en de nieuwe afgeronde publieke fietspadenroutes in de ruimte van Ooster- en Westerschelde. Dat moet ook zo worden in het Grenspark Groot Saeftinghe en het vergrote Zwin.

Brouwersdam

Of de Brouwersdam. Wie maakt eigenlijk nog een ontwerp voor de Brouwerdam, waar alle belangen van doorlaat, verstedelijking en natuur en recreatie bij elkaar komen? Tien jaar gelden leken alle neuzen nog dezelfde kant op te wijzen, en nu staat de natuurbeweging bij de Raad van State, terwijl we juist 75 miljoen krijgen om de natuursituatie structureel  te verbeteren.

Nogmaals: Moet alles opzij gaan voor sectorale projectontwikkeling, of gaan we op zoek naar een strategisch evenwicht in belangen: alle partijen aan tafel. Dat is waar het in al die gevallen om gaat, en ook over hoe het er dan vervolgens uitziet en of je je er daardoor positief mee kunt verbinden.

De Nieuwe Delta

Enkele jaren geleden initieerde ik het produceren van een boek over de transities die ná de Deltawerken in de Delta zijn gerealiseerd of die binnenkort nog komen.  Samen met de Hogeschool Zeeland en de TU Delft heeft onderzoekster Bianca de Vlieger dat boek gemaakt en dat leverde een indrukwekkend overzicht van circa 150 projecten in De Vlaams-Nederlandse Delta, en dat staat dan naast het beeld dat de Delta af was na voltooiing van de Deltawerken, en dat de Delta van Zeeland is. Beide zijn niet erg precies. De Deltawerken zijn weliswaar af, maar het werken aan de Delta is nooit af, zo blijkt uit de inventarisatie van Bianca. En dit boek is nu een leerboek voor de onderwijsinstellingen, maar wellicht voor U ook een aanrader. (Bianca de Vlieger: De Nieuwe Delta, De Rijn-Maas-Schelde Delta in verandering – Uitgeverij Japsam Books, 260 pagina’s, 24,95 euro.)

Historisch perspectief

Het historisch perspectief is uiterst complex voor de Vlaams -Nederlandse Delta. Zie Willem van Oranje en zijn vriend de toenmalige burgemeester van Antwerpen, in 2012 neergezet in de tuin van het Koninklijk Museum voor Schone kunsten  in Antwerpen. Er ontstaat een beeld van oorlogen en scheiding, van een landschapsvorming in dienst van de mens en de techniek en van productie in plaats van een leven met de natuur. Kunnen we het volhouden dat de aarde geheel dienstbaar is aan de mens of moeten we aanvaarden dat de mens als onderdeel van de natuur moet worden beschouwd, zoals de grote denkers als Humboldt en Darwin ons voorhouden. Waarbij we ons wel beschermen tegen de ongemakken die de natuur ons brengt. Maar inmiddels leven we in het Antropoceen, de tijd waarin de veranderingen in de wereld door menselijk handelen dominant geworden zijn en we kennen of erkennen de risico’s daarvan nog altijd niet. De gevolgen zijn groot, migratie, droogte, klimaatverandering, oorlogen. En een structurele liberalisering en individualisering die ons op onszelf lijkt terug te werpen, al leven we in grote welvaart.

Klimaatverandering is het gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen, zo houden de wetenschappers ons voor. Wat kunnen we eraan doen? Adaptatie en mitigatie. Aanpassen en tegengaan. En ik wil daarop ingaan met drie grote kansen, drie van de grote opgaven (er zijn er uiteraard meer, maar dan wordt mijn presentatie te lang):

  1. De havens
  2. De opgave van de Deltawateren
  3. De energietransitie als opgave.

Om tenslotte bij de vraag te komen welke aanpak wellicht gewenst is, en of kunnen we ons voorstellen hoe we daaraan zouden kunnen werken.

  1. De havens

Interessant is de ontwikkeling sinds de tweede Thijs Kramer lezing door Hans Smits in 2010, toenmalig CEO van de Haven van Rotterdam. Hij keek toen aan tegen een niet vlottende samenwerking tussen Rotterdam en Zeeland Seaports. In de havenplannen van zowel Rotterdam als Antwerpen stonden en staan overigens behartenswaardige woorden over samenwerking tussen die twee grote havens, voorbij de onvermijdelijke concurrentie. De Zeeuwse havens hadden in de ogen van Smits geen grote rol. In mijn ogen gaat het vanuit een afstand gezien in de Delta om één havensysteem, zoals in een diagram, gemaakt door studenten aan het Berlage instituut, intensief verbonden door scheepvaartroutes, wegen en vooral ook kabels en pijpen voor transport van goederen, gassen en vloeistoffen. Het is veel meer één systeem dan we denken: havens en industrieën zijn onder en bovengronds intensief verbonden. De economieën achter de kades zijn wel verschillend. Rotterdam is de kade voor Duitsland waar de toegevoegde waarde wordt verdiend en er is vooral overslag met weinig toegevoegde waarde. Antwerpen heeft veel meer toegevoegde waarde en is ook als stad veel intenser met de haven verbonden dan Rotterdam.

Sprong voorwaarts

De sprong naar voren hier in de delta is nu North Sea Port. Een echte sprong voorwaarts, en op termijn ook nog rechtstreeks verbonden met Parijs. Los van de grootte is het een enorme opdracht om met de daarin verbonden industrieën klimaatneutraal te worden. Dus nu doorpakken daar, doorspringen op weg naar een duurzaam havensysteem inclusief de daarin besloten grote industrieën: Yaha, Dow, Zeeland Refinery, en vele anderen. En wat een kans, wat een kennis is daar, en hoe kunnen de privaat verantwoordelijken worden gekoppeld aan de publiek verantwoordelijken, en de regio optillen naar zelfvoorziening. Dus niet langer de samenleving tegenover de private sector graag, immers elke winbare eigen energie van Zeeland is direct te verkopen aan de grote energievraag in de havens,  en de restwarmte van de industrie kan terug naar de glastuinbouw en de steden in Zeeland en Vlaanderen. Wat een uitdaging, voorbij de traditionele tegenstellingen. Stad, haven en land intensiever met elkaar verbonden.

  1. De delta als watersysteem

De zeespiegelstijging plaatsen Nederland en Vlaanderen voor een grote opgave in de komend eeuw. Maar dat is niet het enige. Onze rivieren worden op dit moment ingericht om veel meer water tegelijk af te voeren. Tegelijkertijd zijn de rivieren ook een samenhangend ecologisch systeem. En daar wordt tegelijk met het vraagstuk van waterveiligheid aandacht aan gegeven. Zie bijvoorbeeld de nieuwe werkelijkheid  Nijmegen – Lent waar de rivier verruimd is.

Intussen moeten we in de Delta rekening houden met gelijktijdig optreden van storm en hoge rivierafvoer. Een situatie die niet vaak voor zal komen, maar toch. Dat betekent afsluiting en overloop ín de Delta in dit geval het Volkerak – Zoommeer als het tegelijkertijd optreedt en door de afsluiting de rivier peilen stijgen. Aan de Vlaamse kant is dat tot nu toe anders. Daar is altijd al samenloop van storm en golfoploop in de Westerschelde. Aan de Schelde zijn nu overloopgebieden gemaakt in het zogenaamde Sigmaplan. Bij de laatste storm op 3 januari is dat allemaal ook gebruikt: alle keringen in Nederland gingen dicht en in Vlaanderen zijn de overloopgebieden ingezet.

Behalve met teveel water moeten we rekening houden met droge perioden en zoetwater tekorten en natte perioden in de steden met hevige zeer lokale regenbuien, die de huidige riool systemen niet aan kunnen. De capaciteit van de riolen zal nooit genoeg zijn. In Rotterdam is recent een plein ingericht dat vol loopt in zo’n situatie. Klimaatbestendig maken van onze steden en dorpen, zorgen dat de cruciale voorzieningen niet in overstroombare of kwetsbare gebieden staan bij hevige regenval. Alle gemeenten en grote risico instellingen moeten nu in het kader van het Nationaal Deltaprogramma een stresstest uitvoeren.

Experimenteren

Er is een enorm programma uitgevoerd en nog steeds in uitvoering in de Delta, gebaseerd op visies uit het verleden. Met veel van die projecten bewegen we ondanks alles mee met de natuur, en langzaam maar zeker koersen naar een meer dynamische delta. Niet helemaal open, maar met een beheerst getij. Precies zoals voorzien in 2006. En zoals vele grote voorgangers als Henk Saeijs, Thijs Kramer en anderen al ambieerden. Daarmee is niet alles gezegd over natuurlijkheid, we moeten het ook zien als experimenteren met de ontwikkeling. Zoals in het Haringvliet, waar we de kier eindelijk dit jaar open krijgen en gaan monitoren hoe het gaat verlopen, en uitkijken naar een mogelijk vervolg door een nog verbeterde aanvoer van zoet water meer uit het oosten. Of nu voor de Grevelingen, waar we met de huidige situatie niet verder kunnen, maar ook niet alles weten over de toekomst. Dus ook daar is het experiment met de doorlaat door de Brouwersdam aan de orde. En de stap op weg naar het Volkerak. Voor dat laatste hebben we nog tijd, omdat echt eerst de zoetwatervoorziening moet worden gemaakt, daar ben je nog tien jaar mee bezig en dan kan je leren van getij op de Grevelingen. Maar je moet natuurlijk wel af gaan spreken dat je dat op termijn gaat doen. Net als de monitoring in de Westerschelde. Het is natuur, laat soms gaan, maar stel vast wat gebeurt, en laat gebeuren.

Tien, vijftien jaar geleden werden er plannen gemaakt die op dat moment nog lang niet gefinancierd konden worden. Soms moet je geduld hebben, en wachten tot het juiste moment om in te koppen. Onlangs nog is dat gebeurd  voor de doorlaat Brouwersdam op grond van initiatieven in Rijkswaterstaat om de toestand van de grote wateren op nationaal niveau weer eens te beschouwen, en een kabinetsformatie die middelen aanreikte. Of zoals ik eerder al meldde, West Zeeuws-Vlaanderen waar visie uit de jaren ’90 van de vorige eeuw, pas kon worden verzilverd met Vlaamse geld en kustverdedigingsmiddelen van later tijd.

En dan is het natuurlijk nooit af

Op termijn komt de grote vraag of we het met grotere afvoer van de rivieren en de zeespiegelrijzing gaan redden, Kunnen we rustig gaan slapen? Is een kering – zoals nu al in Rotterdam-  bij Antwerpen onvermijdelijk  (niet tussen Vlissingen en Breskens zoals sommigen nog altijd denken) vanwege de vloed en de golfoploop in de Westerschelde?  We hebben tijd om daaraan te werken. Maar er komen ook hele andere nieuw uitdagingen. We moeten de grootschalige kweek van wieren en algen gaan organiseren in de Delta en de Voordelta om toch aan onze eiwitbehoefte te komen omdat we minder vlees gaan eten in verband met de negatieve gevolgen voor onszelf en voor het klimaat.

  1. De energietransitie

Een van de grootste opgaven die voor ons ligt is de energietransitie op weg naar vervangbare energie en stoppen met uitstoot van broeikasgassen. De zon is een oneindige bron; wind, waait wellicht op het verkeerde moment, maar is ook een grote bron, en alles wat beweegt ondersteunt de nieuwe energie ambities. Er is de laatste jaren veel in Nederland aan de orde gesteld. Het moet toch een heerlijk vooruitzicht zijn, zoals ik in mijn openingswoord stelde, dat we echt autonoom zijn in onze energievoorziening en volledig duurzaam.

In Parijs zijn afspraken gemaakt, en die vergen nog wel even wat uitwerking om het eufemistisch te zeggen. Ik laat de stappen zien. We hebben nog maar net 11% ‘groene sokken’, en in 2020 zou dat 25% moeten zijn en in 2030 50%. Een immense taakstelling, iets hoger dan Europa die in 2030 op 40% wil gaan mikken. In 2050 moeten we wereldwijd op

95% zijn. En dan de opgave voor Zeeland. Relatief lijkt dat weinig, maar de verhouding is complex, in Zeeland staan in de industrie grote gebruikers.

Inmiddels zijn grote studies gedaan, zoals ik aan het begin van deze lezing al zei,  naar de ruimtelijke gevolgen van deze veranderingen. En de vraag dringt zich op: “Kan dat allemaal wel?“ Er is een nationaal scenario geschetst voor de ruimtelijke gevolgen, een oefening is gedaan. Allereerst: besparen, isolatie, dan bent u zelf aan zet. Dat gaat voor hele oude huizen niet zo eenvoudig, maar voor de naoorlogse woningvoorraad lukt dat best wel.

Ruimtelijke gevolgen

Welk beeld  heeft u van de ruimtelijke gevolgen van nieuwe energiewinning?1 PJ is een energie eenheid die uitdrukt een hoeveelheid energie per tijdseenheid. We hebben in Nederland ca 2500 PJ nodig. Dus vermenigvuldig deze getallen met 2500 en je ziet de enorme gevolgen. Gelukkig is niet alles daarmee gezegd. Wind van zee en deels op land (zonder dat komen we er niet), en warmte uit de bodem, ons nieuwe verwarmingssysteem. En in Zeeland moet dat aardig lukken, ook met aardwarmte. De enorme operatie Noordzee is al geoefend met de ministers van Energie van Europa tijdens de IABR in 2016, met een enorme maquette. Shell, Van Oord, Havenbedrijf Rotterdam hebben en studie gedaan hoe je dat zou kunnen realiseren,  ook rekening houdend met ecologische aspecten. De omvang is groot, een eiland nabij de Doggersbank is nodig voor de opslag van energie en voor het onderhoud. Onze havens lijken te klein om dat allemaal te managen. Kortom, een duurzaam perspectief voor onze nu fossiel gedreven havens. Verder zijn warmtenetten nodig en moeten we van nationale energie strategieën naar regionale concepten, om te kijken wat regionaal kan, en wat daar maatschappelijk aanvaardbaar en mogelijk is.

Klimaattafels

En er zijn intussen vijf klimaattafels benoemd door minister Wiebes: Mobiliteit, Industrie, Gebouwde Omgeving, Landbouw en Landgebruik en Elektriciteit. Die zijn nu aan het werk. En als u goed naar het journaal luistert, dan ziet en hoort u de plannen voorzien van claims op weg naar een klimaatakkoord de kamer invliegen. Van de industrieën, van de mobiliteitssector, van de installateurs, van de land- en veeteeltsector, etc. etc. .WAAR BLIJFT RUIMTE? Want in de ruimte moeten al die opgaven landen. Het kan, maar het is En, En, En !!!

Ja het kan, vanuit een technisch technocratisch en kennis gedreven verhaal. Maar vindt de burger dat dan ook? Ik ben er van overtuigd dat er in heel Nederland,  in alle regio’s een verinnerlijkingsproces nodig is om DE EIGEN OPGAVE te verkennen en te onderzoeken welke mogelijk heden er zijn, welke mogelijke toekomsten en welke andere opgaven er ook nog zijn, die we wellicht intelligent met energietransitie kunnen verbinden.

Regio’s

Een groot aantal regio’s in inmiddels bezig met zogenaamde Regionale Energie en Klimaat Strategieën (REKS). Dit zijn nog geen plannen,  maar verkenningen, scenario’s voor MOGELIJKE toekomsten.

En dan is de casus Goeree Overflakkee interessant, waar ze inmiddels drie scenario’s met burgers bedrijven en overheden hebben ontwikkeld en verwachten zelfs energie leverend te kunnen worden aan de Rotterdamse haven. Dat kan natuurlijk ook in Zeeland, waar een enorme vraag ligt van de industrie. En natuurlijk is hier aan de orde hoe Zeeland als toeristisch en agrarisch land volledig autarkisch kan worden. Dit lijkt me een taak voor Zeelands bestuur om daar met de toeristische sector en de ZLTO afspraken over te maken, en echt vooruit te lopen.

Conclusies

De opgaves zijn gesteld, en het is duidelijk dat klimaatadaptatie en klimaatmitigatie ruimte kosten. Dat beïnvloedt onze omgeving intens.  Natuurlijk is er ook klimaatcynisme  dat op alle niveaus de kop op steekt, en direct ook bij elk voornemen dat aan de orde wordt gesteld, en wat ruimtelijke implicaties heeft die mensen of bedrijven niet of nog niet als plezierig ervaren. Of waarvan men een mogelijke meerwaarde niet kan zien of wil zien. Bij het waterveiligheidsvraagstuk lijkt dat in de Nederlandse context wel verinnerlijkt, maar voor energietransitie is dat nog lang niet het geval. We kennen dit fenomeen, want als het om concrete maatregelen gaat die onze leefwereld aantasten gaan we in verzet, en stellen we de urgentie aan de orde, of vragen we het bij de buren op te lossen, en niet bij onszelf.

Wat te doen?

Ik leerde van Thijs Kramer dat het goed is voor de troepen uit te lopen en visies te ontwikkelen voor combinaties van dingen, zoals recreatie en toerisme en natuur, of landbouw en natuur, of economie en ruimtelijke ontwikkeling op een hoog schaalniveau. De hele Schelde, of desnoods de hele Delta. Die visies waren niet gestoeld op direct beschikbaar geld, maar op onderzoek naar MOGELIJKE toekomsten. En doordat ze er waren, gaven ze richting aan het bestuurlijk en ondernemershandelen. En op het moment dat er ineens weer geld was, kon er worden ingekopt.

Dat is zo gegaan met Plan Tureluur. Dat is zo gegaan met West Zeeuws-Vlaanderen, waar toerisme verkommerde en de natuur ook. Pilots kwam er geld voor kustontwikkeling in verband met veiligheid en natuurontwikkeling in verband met nationale of internationale belangen, en ontstond een investeringsgolf in de kustzone en in de verbetering van de ontsluiting. Of recent de financiële toezegging voor een doorlaatmiddel in de Grevelingendam, gebaseerd op een plan waar ik met anderen meer dan tien jaar gelden aan was begonnen. Of het Haringvliet en vele andere voorbeelden. Steeds weer combinaties van natuur en economie. In ons Deltaprogramma noemden we dat: verbinden van ecologisch veerkrachtig, economisch profijt en klimaatbestendigheid en veiligheid.

Uitdaging

Ik daag dan ook Zeeland en de gemeenten uit opnieuw die stappen te zetten, vrijmoedig mogelijke toekomsten te verkennen, voor het moment dat. Niet wachten op de resultaten van de vijf sectorale tafels die voor u wel uitpluizen hoe t nu moet met die energietransitie, maar zelf met gemeenten, private partijen en provincie en anderen aan de slag. Zoeken naar mogelijke kansen om opgaven die er toch al zijn te koppelen. De landbouw die duurzamer moet, de natuur die sterker moet, en niet in al die doeltypen kan worden beheerd, maar op Deltaniveau moet worden gekend zoals in andere landen wel gebeurt, de herstructurering van dorpen en steden die veel geld kost.

In een aantal sectoren in onze provincie zijn sterke leiders en ambassadeurs die de verandering dragen en de grensoverschrijdende verbinding maken, zoals Thijs Kramer dat ook deed. Denk aan het onderwijs op hoog niveau met de HZ en de academies, denk aan de ontwikkelingen met Vlaanderen en Nederland in de zorg, denk aan de onvermijdelijke fusies van scholen die ook moeten leiden tot innovatie en vernieuwing van het aanbod.

Voor de ruimtelijke ontwikkeling, de energiekwestie en de natuurontwikkeling is die drager nu ook echt nodig, kortom kom uit de sectorale stress. En dat geldt voor natuur beweging evenzeer als voor de overheden.  Zet de denkkracht in, niet alleen voor uitvoering van programma’s van politiek en bestuur, maar juist ook om vooruit te denken en laat daardoor plezier ontstaan zonder last en ruggenspraak. Grensoverschrijdend denken is iets anders dan bestuurlijk reorganiseren. Maar dan moet je wel echt loslaten en de aanwezige denkkracht in instituties en ngo’s mobiliseren en benutten.

Het kan zijn dat politici of bestuurders dat eng vinden, omdat ze denken dat ze dan niet meer sturen, maar in dit soort processen worden de mensen wel mede-eigenaar van de opgave en oplossingen en dat is noodzakelijk. Dat maakt dat de betrokkenheid van burgers en ondernemers op die transitie heel groot moet zijn.

Kortom:
– een vrije denkruimte is nodig, een vrijplaats
– nieuwe projecten zijn nodig op basis van visies op onze toekomst
– we moeten voorbij sectoraliteit waarde toevoegen
– op zoek naar personen die dat dragen

En door ontwerp en kwaliteit zorgen dat we ons ermee kunnen verbinden. Joost Schrijnen

 

Met dank aan Loes de Jong (fotografie), Han Meyer (TU Delft), IPDD, Marco Vermeulen (Studio Marco Vermeulen), Boris Hocks en Taco Kuijers (POSAD spatial strategies en Generation.Energy), Paul Gerretsen (Vereniging Deltametropool), Leo Adriaanse (Rijkswaterstaat), Yttje Feddes, (Feddes|Olthof landschapsarchitecten), medewerkers ZMF en vele anderen.