Geslaagd eerste lustrum Thijs Kramerlezing

Gepubliceerd op: 07-04-2016

De Zeeuwse Concertzaal in Middelburg zat ook bij de vijfde Thijs Kramerlezing met 300 bezoekers weer bijna vol.  Dagvoorzitter Frank van Pamelen wilde weten wat voor vlees hij in de kuip had.  Er bleken vooral natuur- en milieumensen in de zaal te zitten, maar ook politici en mensen uit het bedrijfsleven.

Tot nu toe waren we gewend na afloop van de lezing  commentaar te krijgen van een paar panelleden.  Dat was deze keer anders:  het publiek werd verzocht na elk van de drie delen van de lezing  te reageren op een stelling.

De eerste was:  Ik herken mijn eigen jeugd in het verloren Zeeuwse paradijs  (zoals Johan van de Gronden dat  beschreef aan de hand van de boeken van Hans Warren).  Via een razendsnelle stemming met stemkastjes  bleek dat inderdaad voor de meeste toehoorders te gelden, al zal niet ieders jeugdparadijs in Zeeland hebben gelegen.

Na het lezingdeel met positieve en negatieve cijfers over de stand van de natuur was de vraag wie zich herkende in de volgende stelling: De biodiversiteit kan zich spectaculair herstellen, te beginnen in de Zeeuwse Delta. Dat kan leiden tot een verdubbeling van de soortenrijkdom op nationale schaal in de komende 15 jaar.  Hier onderscheidden zich de optimisten van de pessimisten:  60 % beaamde dit, de anderen wilden wellicht wel dat het zou gebeuren, maar vonden het minder waarschijnlijk.

Tenslotte de laatste hoopvolle stelling: Zeeland staat aan de vooravond  van een ware renaissance op het vlak van economie, ecologie en samenleving.  De reacties leken op die van de vorige stelling: 56% voor,  de rest had twijfels.

Na afloop voegde ZMf-directeur Marc Argeloo zijn visie toe.  Hij stelde dat de natuur de basis van alles is, en dat dat geen kwestie van emotie is maar van feiten.  Hij riep op de gedachte aan de rijkdom van vroeger om te zetten in een lonkend perspectief voor onze delta, waarvan het belang zich via trekvogels uitstrekt van Canada tot Zuid Afrika tot het noordoosten van Azië.

Na afloop tijdens het Belgische bier en de biologische hapjes tekenden we nog enkele  reacties op: 
‘Van sommige  van die getallen slaat de schrik je om het hart. Maar het begrip baseline was voor mij een eyeopener. Waar ga je van uit bij het beoordelen van de stand van de natuur?’
‘Het beeld van Marc , waarin hij stelde  dat de natuur leidend is, sprak me erg aan. Maar ik ben bang dat niet iedereen er zo over denkt.’
‘Leuk, allemaal gelijkgestemden bij elkaar.’
‘Ik miste in deze lezing een nieuwe boodschap.’
‘De positieve reacties op de stellingen geven me hoop.’

Dichter Frank van Pamelen,  had voor zijn Zeeuwse publiek nog het volgende gedichtje over de Zeeuw:

Oester

Gesloten is-ie, stil, en ruw van buiten
En altijd met het water in de weer
Gewassen is-ie hooguit uit de kluiten
Gemazeld en gepokt juist des te meer

Een hoornen huid verweerd door zand en zout
Die het door kalkaanslagen moet ontgelden
En laag voor laag voor laag is opgebouwd
Uit Grevelingenmeer en Oosterschelde

Maar worstel je je door z’n schutschild heen
Dan komt z’n weke binnenkant naar boven
Een hart dat zacht is en dat je meteen
In parelmoeren moeders doet geloven

Van binnen is-ie tam, van buiten woester
Een Zeeuw lijkt zwijgend sprekend op een oester

De volledige tekst van de lezing Johan van de Gronden is hier te downloaden.